0

Een berichtje

Elk jaar kwam het, op 24 januari. Ik wist dat het dit jaar anders zou zijn, dat het nu niet zou komen. Ik zat er dus ook niet op te wachten… En toch miste ik het. Jouw berichtje. “Gelukkige verjaardag”, “Proficiat!” … Ik kreeg veel berichtjes, veel gelukwensen, en dat is fijn. Maar het jouwe ontbrak.

Lieve papa, de 4 nadert nog steeds. En ik blijf nog altijd een dartel jong veulen. šŸ˜Š Alleen kunnen we dat niet meer naar elkaar sturen. En dat miste ik, op mijn verjaardag. Ik miste jou. Ik mis jou.

0

Help, de kinderen zijn thuis!

“Help! De kinderen zijn extra thuis. De scholen sluiten. Er is geen opvang voorzien. Hoe moeten we dat in godsnaam bolwerken?”
“Denk toch aan de kinderen! Moeten zij telkens de dupe zijn?”
In 2020 zaten onze kinderen een heel lange periode thuis. En ook nadien werden vakanties geregeld met een weekje verlengd, deze kerstvakantie opnieuw. Elke ouder heeft de impact daarvan kunnen ervaren. De meeste vonden het zwaar, ook als hun kinderen kerngezond zijn en geen extra rugzakje met zich meezeulen. Niet onlogisch, krijg het maar allemaal geregeld.

Kinderen zijn de grote slachtoffers van deze coronacrisis, wordt weleens gezegd.
Ook ons kind dreigt een slachtoffer te worden. Niet van de coronamaatregelen die dwingen tot een uitzonderlijke aanpak. Nee, dit is de normale gang van zaken, helemaal los van corona. Onze zoon, die veel meer ondersteuning nodig heeft dan een doorsnee kind, dreigt het slachtoffer te worden van een zwaar gebrek aan gepaste zorg. De zorg op zijn huidige school wordt binnenkort stopgezet, omdat zij hem niet langer kunnen bieden wat hij nodig heeft, ook de dagopvang zal wegvallen. Dit terwijl hij al jaren prioritair staat aangemeld bij voorzieningen die beter bij hem zouden moeten passen. Daar botsen we echter op ellenlange wachtlijsten. Geen perspectief! Daar waar de zorg het hardst nodig is, is het gebrek eraan het schrijnendst. Zo zit onze maatschappij in elkaar. Dat is normaal, het hoort erbij. Telkens opnieuw moet je een frustrerend gevecht aangaan, om te proberen krijgen waar andere kinderen gewoon recht op hebben. Vaak tevergeefs. Was het maar enkel een extra weekje kerstverlof…

“Denk aan de kinderen! Denk aan hun welbevinden. Denk aan de achterstand die ze oplopen, aan het gebrek aan gepaste zorg/onderwijs. Denk aan de extra druk op de schouders van hun ouders! Kom op voor de rechten van de kinderen!”
Ja, denk aan de kinderen!
Los van corona, denk ook aan al die kwetsbare kinderen.
Denk aan hun welbevinden.
Denk aan het permanente gebrek aan de juiste ondersteuning, waardoor problemen alleen maar zwaarder worden.
Denk aan hun gezinnen.
Denk aan de slachtoffers van de belachelijk lange wachtlijsten. Kom op voor hun rechten! Het wordt dringend tijd.

0

Hij is er wel!

En daar ligt hij, ziek in zijn bedje, onze superheld. Het covidbeest heeft hem opnieuw goed te pakken. Na enkele dagen met enkel wat koorts, werd hij gisteren plots veel zieker. We wilden niet te lang afwachten en contacteerden onmiddellijk de huisarts, die hem naar het ziekenhuis wou laten brengen voor een opname. Na overleg tussen de arts en het ziekenhuis zelf werd besloten hem toch eerst thuis te proberen oplappen. Een antibioticakuur werd opgestart, er moet nog wat meer gepuft worden. Hopelijk zal dat voldoende blijken.
Het onverwerkte trauma van zijn vorige covidopname kwam terug naar boven. Hij lijkt een rariteit, ons jongetje. Zo’n gevalletje waar nooit over wordt gepraat.

Ik herinner me nog goed de berichtgeving overal. Er werd met percentages gegooid. Hoeveel van de risicopatiƫnten kregen nu effectief hun vaccin? Ik werd er misselijk van. Omdat er nooit iemand leek te denken aan die risicopatiƫnten die niet in de statistieken werden opgenomen. Hoezo, alle risicopatiƫnten werden gevaccineerd of kregen de kans? Nee hoor, de mijne niet. Hier is hij. Zien jullie hem dan niet?

En nu ministers discussiĆ«ren over het al dan niet vaccineren van kinderen, terwijl ouders op hun achterste poten gaan staan en petities opstarten, voel ik me weer vergeten. “Kinderen worden er niet zwaar ziek van! Wij willen geen vaccin voor onze kinderen!”, schreeuwen ouders. En ik zucht stilletjes: “Hoh, maar, jullie vergeten iets… Sommige kinderen wel.”
Op facebook lees ik de meest idiote reacties: “ouders die hun kind laten vaccineren, zouden ze moeten vervolgen. Waarom zou iemand dat willen?” Nuance, wat is dat? Zelfs wanneer wanhopige ouders van zorgenkindjes hun motieven proberen te verklaren, krijgen ze een hoop bagger over zich heen. Waarom hebben zoveel mensen alleen oog voor hun eigen bezorgdheden en niet voor die van een ander? Het is triest gesteld met het empathisch vermogen van de gemiddelde Vlaming/mens!

En waar er door onze overheid eerder steeds een onderscheid werd gemaakt tussen risicopatiĆ«nten en mensen met een laag risicoprofiel, lijkt daar nu geen sprake van. Ze hebben het steeds over “de kinderen”. Krijgt mijn kind dan ook voorrang? Net zoals dat bij de eerdere leeftijdsgroepen het geval was? En waarom wordt daar niet dringend werk van gemaakt? Was het scenario anders geweest, als mijn kind zijn prik al had gekregen? Snel, van zodra de onderzoeken rond vaccinatie bij kinderen waren afgerond? Wie maalt er eigenlijk om mijn kind?

Met mijn pleidooi wil ik geen discussies aanwakkeren over het al dan niet vaccineren van jonge kinderen. Die worden elders al genoeg gevoerd en veel te vaak op een niveau waarop ik liever niet wil discussiƫren.
Ik wil wel oproepen om ook ons kind en zijn lotgenootjes te zien. Hij mag dan klein, stil en kwetsbaar zijn, en daardoor voor sommigen misschien onzichtbaar, hij is er wel. Ons risicopatiƫntje.

1

’t Is niet dat ik het niet begrijp…

’t Is niet dat ik het niet begrijp, dat mijn kind nergens echt thuis lijkt te horen.

’t Is niet dat ik het niet begrijp, dat hij teveel zorg vraagt.

’t Is niet dat ik het niet begrijp, dat mensen die voor hem zorgen op grenzen botsen. En dat ze die ook aangeven: “tot hier en niet verder! Onze draagkracht is op.”

Wanneer de kleuterschool aangaf dat het niet meer lukte en toen het opnieuw in type 9 gebeurde, dan begreep ik dat.

Nu het huidige klasteam, type 2, aangeeft dat het voor hen ook dit schooljaar stopt, begrijp ik dat ook. Ik waardeer dat ze de komende maanden nog alles willen geven en dat ze dat ook al die jaren deden, net zoals ik de inzet van zijn vorige leerkrachten en therapeuten ook telkens enorm heb geapprecieerd. Ik heb gevoeld dat ze tot het uiterste gingen.

’t Is dus niet dat ik het niet begrijp. Ik denk dat niemand het zo goed kan begrijpen. Want ook wij botsen, hier thuis, telkens opnieuw op onze grenzen.

Maar het kwetst me wel, heel hard. Het maakt me bang. Gaat mijn kind ooit wel ergens passen? Gaat hij ooit dat plaatsje vinden waar hij te horen krijgt: “lief kind, dit is jouw plekje. Bij ons blijf jij welkom, bij ons pas jij perfect!” En gaat er op tijd een oplossing komen of steken de wachtlijsten verder stokken in de wielen?

“Hier stopt het. Niet verder.” Maar wanneer stopt het voor ons? En vooral: voor hem?

1

Pittig

Pittig.
Dat is het beste woord om het allemaal te omschrijven.

De operatie zelf, waarbij je bijna altijd wat langer zit te wachten dan de dokters hebben voorspeld. Drie uur wordt vier uur. Zeker dat laatste uur is zenuwslopend. Je loopt de muren op, tot dat verlossende telefoontje komt: je mag naar je kind!

Je zit urenlang op de ontwaakzaal. Te staren naar dat kleine knulletje dat maar niet wakker wil worden. Hij is compleet versuft door de narcose en de morfine. Tot hij, 5 uur later, begint te krijsen wanneer de verpleegkundige nog maar eens tot het uiterste gaat om hem wakker te maken.

Je mag naar de kamer. Oef! Maar er wordt nog steeds enkel geslapen of gekrijst van de pijn. Het gehuil gaat door merg en been. Wanhopig duw je op de knop van de pijnpomp. Nog maar eens. Dit heb JIJ hem aangedaan! Waarom heb je dat gedaan?

Naarmate de dagen vorderen zie je toch vooruitgang.
Stilaan voelt hij zich wat beter. Hij is al eens wat langer wakker. Lachen kan hij nog niet, maar zijn oogjes zijn af en toe helder. De blaassonde wordt verwijderd, de morfine wordt vervangen door minder zware pijnstilling en beetje bij beetje begint hij opnieuw zelf wat te eten.

Je focust je meer en meer op de verzorging. Je haat ze nu al, de gipsbroek waar hij nog zeker zes weken mee verder moet. Na twee dagen zonder blaassonde is ze al helemaal vies van de urine, het zweet en de stoelgang, ook al probeer je er alles aan te doen om dat te vermijden.
Je kind dat zo gevoelig is voor drukwondjes, met zijn tere velletje (dat bewijst de open wonde op zijn wang van de pleister van de neussonde), verafschuwt de wisselhoudingen die jij hem moet geven om hem dat allemaal te besparen. En jij moet die arme drommel dus extra forceren, tegen je moedergevoel in. Sorry vriend!
Zijn maagje ligt ook al dagen overhoop. Hij heeft altijd al moeten kotsen van ziekenhuizen. Het is nu niet anders. Je begrijpt hem. Bah!

Het gaat goed, naar omstandigheden. De operatie is geslaagd. Hij herstelt op dit moment zoals verwacht.

En toch…
Pittig.
Dat was het.
Dat is het.
Dat wordt het. Ongetwijfeld.
Pittig.

0

De foto

“Gert stuurt mij de fotoā€™s van Lena, Lasse en mijzelf die genomen zijn op het communiefeest . Er zijn prachtige bij, ik smelt. Lena straalt zoveel opaliefde uit, wat een toffe meid. Kijkend naar die mooie fotoā€™s waarop Lasseke en Lena mij moed toelachen, voel ik hun kinderlijke, warme genegenheid met grote gulpen in mij binnenstromen. Zalig, ik zie mijn kleinkinderen graag, ik wil hen nog niet missen. Ik neem mij voor om de foto met Lasseke en Lena op mijn hart te drukken als mij straks het eerste verdict wordt meegedeeld. De positieve energie die er van uitstraalt moet tot een aanvaardbare diagnose leiden, denk ik, vind ik, hoop ik. Ik zet meteen een foto op facebook.”

Lieve papa,

Het is al jaren geleden, dat jij dit schreef. Je was zo bang voor de ingreep die je moest ondergaan. Net zoals ik nu bang ben, voor de operatie van ons superheldje. Dat superheldje dat jou kracht moest geven, samen met zijn lieve nichtje en jouw andere kleinkinderen die misschien niet op de foto’s stonden maar zonder twijfel allemaal in je gedachten zaten.

Opa, nu is het aan jou om ons een dosis extra moed te geven, om te waken over ons.

Nu is het aan mij om misschien een tikkeltje bijgelovig te zijn. Het heeft jou uiteindelijk misschien niet helemaal gered, maar het doemscenario in jouw gedachten was nog veel somberder. De operatie en de ellende nadien doorstond je op een manier die mij nog steeds met trots vervult en de mooie jaren die we nadien nog met je hadden, pakken ze ons in ieder geval nooit meer af.

Dus die foto van mijn grote en kleine held, die neem ik mee. Ik zal hem op mijn hart drukken. Uiteindelijk zal het ook ons mannetje niet genezen of redden. Maar de positieve energie en de liefde die er van uitstraalt, moet er wel voor zorgen dat hij ook dit weer goed doorstaat. Denk ik, vind ik, hoop ik…

0

De zon in jouw ogen

Ik kijk naar jou.
Ik zie je heldere, stralende ogen. Ik zie die mooie lach om je lippen.
Je bent gelukkig, bijna altijd. Je klaagt niet, bijna nooit.

Ik voel me slecht. Ik voel me schuldig.
Je bent je van geen kwaad bewust. Misschien is dat maar goed ook.
Volgende week word je geopereerd aan je heupjes. Het zal het begin zijn van een moeilijke en pittige periode.
We hebben de knoop doorgehakt dat we het risico niet konden nemen om niets te doen. Maar het blijft moeilijk. Het blijft dubbel aanvoelen.
We gaan de blijdschap uit jouw mooie oogjes halen. Tijdelijk dan toch. En dat wil ik eigenlijk helemaal niet.

Lieve schat,
Het spijt me dat we deze keuze moeten maken voor jou.
Ik tel de dagen af tot dit weer allemaal voorbij is, tot ik de zon in je ogen weer zal zien.

0

Mama worden…

Mama worden…
Plots is er een klein mensje in je leven, volledig afhankelijk van jouw zorgen. Je wil dat zo goed mogelijk doen. Je hoopt dat ukje zonder al te veel kleerscheuren te laten opgroeien tot een gelukkige volwassene. Je hebt een soort scenario in je hoofd van hoe dat allemaal zal gaan. Bij vrijwel elke ouder zal het allicht wat anders verlopen. Maar soms loopt het wel heel erg anders. De ene ouder moet meer dromen loslaten dan de andere. Makkelijk is dat niet.

Mama worden maakt je bezorgd. Je wil niet dat er iets met je kind gebeurt, dat er iets fout gaat. Je doet alles wat je kan om het te beschermen. Ook daarin moet elke ouder loslaten. Je kind afschermen van alle mogelijke onheil is een onmogelijke opdracht. Maar ook dit is bij de ene ouder moeilijker dan bij de andere. Het ene gevaar is immers dreigender dan het andere en vaak is het een oneerlijk gevecht dat je niet kan winnen.

Lieve schat, het is moeilijk om te leven met het besef dat jij niet gewoon zal opgroeien tot een gelukkige volwassene. Het belangrijkste doel dat ik voor ogen had toen ik je voor het eerst in mijn armen hield, heb ik moeten opgeven. In plaats daarvan wil ik je leven zo comfortabel en fijn mogelijk maken en elke dag een glimlach op je snoet proberen toveren. Jouw lach maakt mij gelukkig.
Ik kan je niet beschermen tegen het grootste gevaar in je leven: die verwoestende ziekte die nu al een enorme impact heeft op je leven en waarvan ik weet dat ze je alles zal afnemen. Dat ze ons alles zal afnemen. Dat ze jou uiteindelijk zal afnemen van ons.

Mama worden…
Dat is graag zien! Dat is hopen en dromen. Dat is dromen opgeven en nieuwe dromen dromen. Dat is er in elk scenario het beste van proberen maken. Hoe moeilijk dat soms ook is… Uit liefde! Uit liefde voor jou.

0

Weg is hij!

Vrijwel elke ouder kan zich ongetwijfeld inleven in de doodsangsten die iemand moet uitstaan als zijn of haar kindje vermist is. Het vraagt maar een heel klein beetje inlevingsvermogen. Er zullen ongetwijfeld altijd onnozelaars zijn die beweren dat zij hun kind nooit kwijt zouden kunnen geraken, daar twijfel ik niet aan. Maar wie een klein beetje gezond verstand heeft en een minimum aan empathisch vermogen bezit, weet ongetwijfeld beter.

Mijn zoon is een weglopertje. Hij is een 11-jarige jongen, maar mentaal nog een peuter. Veel groter en sneller dan een peuter weliswaar, leniger en inventiever. Gevaarlijker dus ook!
Als hij iets in zijn hoofd heeft, dan gaat hij ervoor. Wil hij ergens naartoe? Ok, dan doet hij dat. Zoef… en weg is hij. Zelfs al hou je hem continu in de gaten, hij is veel te snel en wringt zich overal tussen. Een kleine achterstand wordt al snel groot, tot je hem nergens meer kan vinden.
Hij kan hindernissen aan die een peutertje niet zomaar kan nemen. Zo begint hij de laatste tijd ook over omheiningen te klimmen. Een evolutie die we niet graag zien gebeuren.
Als hij ontsnapt gaat hij op in de massa. Een kleine uk die vluchtig passeert valt meer op dan een tiener. Als jij schreeuwt naar mensen dat ze hem tegen moeten houden, staren ze je meestal schaapachtig aan, niet begrijpend wat je nu eigenlijk van hen verwacht. Je kan het hen niet verwijten, de situatie is hen onbekend.

Dit weekend was hij opnieuw ontsnapt, in een provinciaal domein, waar een groot evenement gaande was. Razendsnel nam hij de benen, tot hij uit het zicht verdween. Nergens te bespeuren. Hij draagt een tracker, zodat we hem kunnen opsporen, als dat ding ons niet in de steek laat. Gelukkig werkte hij en konden we zo te weten komen waar onze zoon zat. Dat betekende echter niet dat we hem zomaar konden bereiken.
Hij was naar het evenement gelopen. De tenten en het lawaai van “sterke vikingen” wekten zijn nieuwsgierigheid. Dat zag er leuk uit. Daar wou hij naartoe! Zonder al te veel moeite was hij voorbij de ingang geraakt. Hoe? Dat weten we niet. Want de security bleek streng.
Het empathisch vermogen van de beveiliger aan de ingang bleek te klein om de ernst van de situatie in te schatten. De begeleidster van ons kind mocht niet door om zo snel mogelijk bij ons kind te geraken. Er is een kindje vermist met een ernstige handicap en met het niveau van een peuter? Nee mevrouw, jij mag niet door zonder geldig inkomticket en we helpen je ook niet verder. Alarm slaan? Jou helpen? Dat is niet nodig. Ga maar rond, misschien geraak je zo toch op tijd bij hem.
Kostbare tijd ging verloren. De omweg was veel te lang. Sneller ingrijpen was nodig! Na veel commotie, woede, onmacht, angst, blijven uitleggen… werd er dan toch geholpen. Door die ene man die zich wel kon inleven. En gelukkig… met goede afloop! Ons modderig speelvriendje was terecht.

De aanvankelijke reactie van de security kon ik maar moeilijk plaatsen. Dat kon toch beter?
Verhaal halen bij de organisatie, leerde ons evenwel dat de eerste beveiliger goed heeft gehandeld. Ze mochten echt niemand doorlaten. Sorry, dat zijn de regels. Moest je je plan trekken? Dat is volstrekt normaal! Dat de beveiliger geen verdere hulp heeft verleend, dan blijkt ok. Zo werken ze daar! De eerste man deed zijn werk goed, de tweede eigenlijk niet.
Zou ze het geprobeerd hebben, deze communicatieverantwoordelijke, om zich in te leven? Zou ze geprobeerd hebben om zich voor te stellen dat ze zelf de verantwoordelijkheid droeg voor een kindje, klein en volledig afhankelijk zonder enige notie van gevaren, dat ze niet kon bereiken?

Zijn wegloopgedrag maakt me bang. Hij is een ontsnappingskoning. Het zal nog gebeuren. Daar twijfel ik niet aan. Steeds zullen we moeten hopen op een goede afloop. En dat we empathische mensen treffen, die helpen waar ze kunnen. Als iedereen een beetje mee helpt zorgen en niet zomaar de andere kant op kijkt, dan komen we er wel…

0

Bang voor het nieuwe schooljaar.

Ik leef met een constante angst. En vandaag nog net iets harder. De schrik dat het fout zal gaan, is altijd aanwezig, nooit echt weg. Ik ben nochtans nooit een pessimist geweest. Maar ons leven werd al zo vaak overhoop gegooid, dat hoopvol en optimistisch blijven soms een grote uitdaging vormt.

De onrust bij ons knuffelbeertje nam de voorbije week enorm toe. Is het omdat hij merkt dat er een nieuw schooljaar aankomt? Of misschien omdat hij afscheid moest nemen van een vriendje? Vriendschappen zijn voor hem niet evident. Maar nu had hij eens een Ć©chte vriend, die helaas naar een andere school en een ander MFC vertrok. In welke mate heeft dat een impact op ons kind?

Wat is de oorzaak? Waarom loopt het allemaal weer wat moeilijker? We hebben er het raden naar.

Mijn onrust is recht evenredig aan die van hem. Ik wil niet het slecht gaat. Ik wil dat hij een goede start maakt dit schooljaar. Ik wil dat zijn leerkrachten de guitige kapoen met zijn lieve lach zien die zo mooi kan zingen en niet dat lastige, krijsende kind. Ik wil zo graag dat het goed blijft gaan. Zo ontzettend graag!

En dat maakt me bang. Echt bang… voor het nieuwe schooljaar.